Autodidact Boy Edgar (Amsterdam, 31 maart 1915 - Amsterdam, 8 april 1980) is een van de flamboyantste figuren uit de Nederlandse jazz. Hij heeft gewerkt met vele toonaangevende Nederlandse jazzmusici: van Kid Dynamite, Ado Broodboom, de leden van The Diamond Five, Piet Noordijk en Willem Breuker, tot Hans Dulfer en ...
Autodidact Boy Edgar (Amsterdam, 31 maart 1915 - Amsterdam, 8 april 1980) is een van de flamboyantste figuren uit de Nederlandse jazz. Hij heeft gewerkt met vele toonaangevende Nederlandse jazzmusici: van Kid Dynamite, Ado Broodboom, de leden van The Diamond Five, Piet Noordijk en Willem Breuker, tot Hans Dulfer en Gerrie van der Klei. Bovendien heeft hij met vele internationale sterren op het podium gestaan, onder anderen Nina Simone, Ben Webster, Abbey Lincoln, Betty Carter en Eric Dolphy. Om zijn studie geneeskunde te bekostigen, treedt Boy Edgar vanaf de jaren dertig op als trompettist en pianist. In de jaren zestig is hij leider en arrangeur van Boy's Big Band, een jazzorkest rond hardbopcombo The Diamond Five. In zijn schetsmatige arrangementen laat Boy Edgar veel ruimte voor solo's en improvisatie. In feite probeert hij met Boy's Big Band het onmogelijke: een strak swingende big band, die tegelijkertijd improviseert. Het leidt tot opwindende, soms chaotische, maar immer spraakmakende optredens in binnen- en buitenland. Ook maakt het orkest twee LP's die zowel bij de critici als bij het publiek in de smaak vallen. Duke Ellington is altijd Boy Edgars grote voorbeeld geweest. Uiteindelijk zal hij zelf, als leider van Nederlands enige, echte jazzorkest (Boy's Big Band is het enige professionele orkest uit die tijd dat alleen jazz speelt; andere bands uit die tijd, zoals The Ramblers en The Skymasters, spelen naast jazz ook andere populaire muziek), als een soort 'Nederlandse Duke Ellington' de geschiedenis ingaan
Boy Edgar wordt als George Willem Fred Edgar geboren in Amsterdam als zoon van een welgestelde handelaar in Indische producten. Zijn vader, Alexander George Edgar, overlijdt in 1935, kort nadat hij al zijn bezittingen is kwijtgeraakt door de economische crisis. Wanneer Boy Edgar voor het eerst Mood Indigo van Duke Ellington hoort, besluit hij dat hij ook dit soort muziek wil maken. Hij leert zichzelf trompet en piano spelen en treedt hier en daar op, onder meer tijdens de avonden van de Nederlandse Jazz Liga in Amsterdam. Met de opbrengsten financiert hij zijn studie geneeskunde.
In 1936 wint Boy Edgar op trompet de eerste prijs tijdens een concours voor amateur-solisten in Brussel. In hetzelfde jaar treedt hij als trompettist - en later ook arrangeur - toe tot dansorkest The Moochers. In de periode 1938-'39 speelt hij daarnaast piano bij de Blue Ramblers van Pi Scheffer. In 1939 wordt Boy Edgar leider van The Moochers, maar wanneer het nazi-bewind in 1942 Nederlandse musici verbiedt jazz te spelen, houdt het orkest noodgedwongen op te bestaan. Af en toe ziet Boy Edgar nog kans losse schnabbels te doen; zo treedt hij in 1942 met Kid Dynamite op in dancing Belvedère in Rotterdam. Ook levert hij composities en arrangementen voor het orkest van Dick Willebrandts, zoals het geavanceerd ellingtoniaanse Ratten Op De Trap, dat de band in 1944 op de plaat zet. Maar de meeste tijd richt hij zich nu op zijn studie geneeskunde om in 1943 zijn bul te halen.
Na de bevrijding wordt Boy Edgar de vaste arrangeur voor het orkest van Piet van Dijk. Daarnaast verzorgt hij arrangementen voor het Metropole Orkest en The Skymasters. En vrijwel gedurende heel 1946 speelt hij piano bij The Grasshoppers. In 1948 begint Boy Edgar zijn eigen combo, met deze band toert hij onder meer door Oostenrijk en Zwitserland.
Metropole Orkest Piet van Dijk (1) Skymasters
Boy Edgar is werkzaam als wetenschappelijk ambtenaar bij de Rijksuniversiteit van Utrecht. Intussen treedt hij ook her en der op als trompettist en pianist, zo treedt hij op 22 maart 1952 op met de eenmalige combinatie The Black and White Stars in het voorprogramma van Dizzy Gillespie in het Amsterdamse Concertgebouw. Op 7 juli 1955 promoveert Boy Edgar in Amsterdam cum laude op een dissertatie over processen in het zenuwstelsel bij multiple sclerose, de ziekte waaraan zijn vrouw, Mimosa Frenk, lijdt. De volgende jaren wijdt hij zich volledig aan de verzorging van zijn zieke vrouw; hij moet daarom zijn muzikale activiteiten staken. In 1958 overlijdt Mimosa Frenk.
Op 27 december 1960 maakt Boy Edgar zijn rentree in de jazz als leider van een big band. Bevriend musicus Ado Broodboom stelt een zestienkoppige big band samen rond de leden van The Diamond Five voor wat bedoeld is als een eenmalig optreden in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij vraagt Boy Edgar om 'ervoor te komen staan, zodat de boel niet in het honderd loopt', zoals Edgar later laconiek zal vertellen in een televisie-interview. Maar het optreden is zo'n daverend succes dat de VARA besluit de big band in te huren als radio-orkest - waarmee Boy's Big Band is geboren. De bezetting op 27 december 1960 is als volgt: Boy Edgar (leider en arrangementen), Cees Slinger (piano), Jacques Schols (bas), Johnny Engels (drums), Tinus Bruijn (altsax), Theo Loevendie (altsax en arrangementen), Harry Verbeke en Rudi Brink (tenorsax), Toon van Vliet (tenorsax en baritonsax), Ado Broodboom, Cees Smal, Wim Kuylenburg en Bert Grijsen (trompet), Karel Roberti (trompet en mellofoon), Rudy Bosch, Tommy Green en Bert Duiveman (trombone).
Edgars stijl als bandleider en arrangeur laat bij Boy's Big Band veel ruimte voor improvisatie en solo's. In een interview met Rud Niemans in De Telegraaf omschrijft Edgar zijn manier van werken als volgt: 'Je moet éérst uitgaan van de mensen in je orkest. Ik wil het idee benaderen van de geïmproviseerde samenklank, de jam session, geen speciale sound. Ik heb voorkeur voor een breed saxteam, een flexibele bezetting, en ik wil altijd proberen mensen, die iets presteren, erbij te krijgen.' Sommigen noemen Boy Edgars stijl chaotisch. Eddy Determeyer bij het overlijden van Boy Edgar: 'De orkestleider leek zich in zijn element te voelen, wanneer alles in het honderd liep. Vanuit een volkomen chaos opererend wist hij vrijwel altijd op wonderlijke wijze improviserend tot een acceptabel resultaat te komen.'
In december 1964 ontvangt Boy Edgar de Wessel Ilcken Prijs, de Grote Prijs van de Nederlandse Jazz.
In de zomer van 1965 speelt Boy's Big Band op het jazzfestival van Antibes. Om dit mogelijk te maken, heeft Edgar de overheid bewogen tot een subsidie, de eerste Nederlandse overheidssubsidie ooit voor een jazzformatie. Michiel de Ruyter constateert over het Franse optreden in Het Parool: 'Het orkest speelde vrij nerveus […]. Niettemin bleek de muziek bij het publiek aan te slaan en vooral Dick van der Capellen's bassolo in Solitude (een geheel vrije improvisatie) maakte het publiek stil om te luisteren en oogstte een geweldig applaus.' Aan het eind van het jaar verschijnt de debuut-LP van Boys' Big Band, Now's The Time. De plaat bevat stukken van Charlie Parker, Duke Ellington, John Coltrane en Thelonious Monk, gearrangeerd door Boy Edgar. Daarnaast eigen composities van Boy Edgar en Theo Loevendie, respectievelijk Competitive Challenge, en Return. Het album wordt door de pers lovend ontvangen. Het blad Jazzwereld roept het album uit tot Plaat van de Maand. Recensent Bert Vuijsje schrijft: '...een plaat waarop door iedereen met enorm elan en on-Nederlandse overgave wordt gemusiceerd. Eindelijk een Nederlandse jazzplaat om trots op te zijn.'
Boy's Big Band speelt in de zomer op het Holland Festival met gastoptredens van onder anderen Abbey Lincoln en Ben Webster. Michiel de Ruyter schrijft een enthousiast verslag voor Het Parool: 'Geladen stiltes, geluidsexplosies, een enorme variatie in klanken en ritmen. […] Het was een feest, een grandioos feest. […] Boy Edgar, initiatiefnemer en motor achter dit alles, mag men bijzonder dankbaar zijn.' Najaar 1966 gaat Edgar voor drie jaar naar de Verenigde Staten om daar aan verschillende universiteiten medisch onderzoek te verrichten en les te geven. Theo Loevendie neemt de leiding van Boy's Big Band over, maar met het vertrek van Boy Edgar heeft het orkest zijn ziel verloren.
De tweede LP van Boy's Big Band, Finch Eye (nog opgenomen onder Edgars leiding), verschijnt en wint een Edison.
Televisieopname voor de VARA van het jubileumconcert van Boy's Big Band met gastoptreden van Nina Simone. Tijdens de repetities spreekt Nina Simone zeer lovend over haar Nederlandse collega en zegt te hopen dat 'Nederland zich realiseert hoe groot hij is'. Het zal het afscheidsconcert van de band blijken te zijn.
In de jaren zeventig begint Edgar de Boy Edgar Sound, een workshop-achtig collectief met een enigszins experimenteel karakter, dat wekelijks volle zalen trekt in het Amsterdamse Shaffy Theater. Vaste vocaliste is Gerrie van der Klei. Andere musici die deelnemen aan het collectief zijn drummer Martin van Duynhoven en de saxofonisten Piet Noordijk, Toon van Vliet en Hans Dulfer. Laatstgenoemde wordt door Boy Edgar een keer ontslagen, als hij zich al te melig opstelt tijdens een repetitie, om vervolgens dezelfde nacht weer te worden aangenomen, als dubbelbetaalde gastsolist. In 1973 verschijnt de LP Live In Shaffy van de Boy Edgar Sound. Rudy Koopmans schrijft op 16 juni 1973 in de Volkskrant: 'Boy Edgar heeft in de loop van dit jaar in het Amsterdamse Shaffy Theater een unieke sfeer opgebouwd waarbij bijna ongrijpbare aspecten van erotische aard een niet te onderschatten rol spelen. Ook zaterdagnacht werd weer uiterst informeel gemusiceerd en tussen neus en lippen door een paar ijzersterke soli geproduceerd.' In 1975 maakt Boy Edgar de plaat Duke Ellington: Music Was His Mistress. Het album bevat soli van onder anderen Ado Broodboom, Ruud Brink, Toon van Vliet en Martin van Duynhoven, en van Amerikaanse musici als Benny Bailey, Art Taylor, Johnny Griffin, en de op Jamaica geboren Dizzy Reece. In 1979 stopt Boy Edgar als huisarts om zich volledig op de jazz te concentreren. Er zijn plannen om naar Amerika te gaan, maar het zal er niet meer van komen. In 1980 overlijdt hij aan een leverkwaal. Zijn dood komt onverwacht voor buitenstaanders, maar niet voor intimi die lang hebben moeten toekijken hoe Boy Edgar meerdere levens tegelijk leefde: als geliefd en onorthodox huisarts, als gerenommeerd wetenschapper, en als bruisend bandleider en jazzmusicus. Als eerbetoon wordt de Wessel Ilcken Prijs, de belangrijkste Nederlandse jazzprijs, omgedoopt tot Boy Edgar Prijs.
In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | LP, 1973 |
| Label | White Elephant, PE 888.017 |
| muzikant | Wim Abma |
| muzikant | Wim ter Bruggen |
| muzikant | Hans Dulfer |
| muzikant | Sander Sprong |
| muzikant | Wim Brieffies |
| muzikant | Leo Gerritsen |
| muzikant | Martin van Duynhoven |
| muzikant | Gerrie van der Klei |
| muzikant | Arnold Dooyeweerd |
| muzikant | Toon van Vliet |
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | LP, 1975 |
| Label | Basart Records International, PO 13002 |
| muzikant | Evert Overweg |
| muzikant | Eric Ineke |
| muzikant | Frank Noya |
| muzikant | Bert van Erk |
| muzikant | Gijs Hendriks |
| muzikant | Wim ter Bruggen |
| muzikant | Wim Brieffies |
| muzikant | Joop Mastenbroek |
| muzikant | Wim Abma |
| muzikant | Fred van Ingen |
| muzikant | Louis Färber |
| muzikant | Frans van Luis |
| muzikant | Oswald Slembrouck |
| muzikant | Leo Goudriaan |
| muzikant | Eddy Engels |
| muzikant | Jan Vleeschouwer |
| muzikant | Koos Knoop |
| muzikant | Karel Roberti |
| producer | Theo de Vos |
| muzikant | Toon van Vliet |
| muzikant | Tinus Bruijn |
| muzikant | Michael Baird |
| muzikant | Benny Bailey |
| Bijzonderheden | Opgenomen in Hilversum, mei/oktober 1975; met ook Dizzy Reece (trompet), Slide Hampton, Frank Rosolino (trombone), Johnny Griffin (tenor sax), Jack Layton (contrabas) en Art Taylor (drums) |
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | LP, 1975 |
| Label | BVHaast, 022 |
| muzikant | Ado Broodboom |
| muzikant | Benny Bailey |
| muzikant | Eddie Engels |
| muzikant | Leo Goudriaan |
| muzikant | Karel Roberti |
| muzikant | Frans van Luyn |
| muzikant | Oscar Slembrouck |
| muzikant | Wim Brieffies |
| muzikant | Wim ter Bruggen |
| muzikant | Gijs Hendriks |
| muzikant | Fred van Ingen |
| muzikant | Fred Leeflang |
| muzikant | Ferdinand Povel |
| muzikant | Bert van Erk |
| muzikant | Martin van Duynhoven |
| muzikant | John Engels |
| muzikant | Gerrie van der Klei |
| muzikant | Toon van Vliet |
| muzikant | Tinus Bruijn |
| muzikant | Ruud Brink |
| Bijzonderheden | Opgenomen in Hilversum, mei/oktober 1975; met ook Dizzy Reece (trompet), Jon English, Slide Hampton, Frank Rosolino, Jiggs Wigham (trombone), Johnny Griffin, Harvey Wainapel (saxofoon), Jack Layton (contrabas) en Art Taylor (drums) |
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | 7", 1965 |
| Label | CBS, EP 5.723 |
| muzikant | Jacques Schols |
| muzikant | John Engels |
| arrangeur | Boy Edgar |
| dirigent | Boy Edgar |
| Bijzonderheden | Opgenomen in Amsterdam, 20 & 24 oktober 1965; Crash verscheen later op de LP The Best Of Boy's Big Band |
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | LP, 1965 |
| Label | Artone, MGOS 9463 |
| muzikant | Tinus Bruijn |
| dirigent | Boy Edgar |
| arrangeur | Boy Edgar |
| arrangeur | Theo Loevendie |
| muzikant | Theo Loevendie |
| muzikant | Wim Kuylenburg |
| muzikant | Jan Vleeschouwer |
| muzikant | Jan van Hest |
| muzikant | Ado Broodboom |
| muzikant | Wim Kat |
| muzikant | Rudy Bosch |
| muzikant | Marcel Thielemans |
| muzikant | Cees Smal |
| muzikant | Erik van Lier |
| muzikant | Herman Schoonderwalt |
| muzikant | Piet Noordijk |
| muzikant | Harry Verbeke |
| muzikant | Toon van Vliet |
| muzikant | Joop Mastenbroek |
| muzikant | Cees Slinger |
| muzikant | Jacques Schols |
| muzikant | Dick van der Capellen |
| muzikant | John Engels |
| muzikant | Nelly Frijda |
| producer | John J. Vis |
| Bijzonderheden | Opgenomen in Amsterdam, 19-20 oktober 1965; in 1999 is deze LP samen met Finch Eye op CD heruitgebracht (BVHaast 9901) |
| Act | Boy Edgar |
| Type en jaar | LP, 1966 |
| Label | Artone, MDS S 3001 |
| dirigent | Boy Edgar |
| arrangeur | Boy Edgar |
| arrangeur | Theo Loevendie |
| muzikant | Wim Kuylenburg |
| muzikant | Jan Vleeschouwer |
| muzikant | Jan van Hest |
| muzikant | Ado Broodboom |
| muzikant | Wim Kat |
| muzikant | Rudy Bosch |
| muzikant | Marcel Thielemans |
| muzikant | Cees Smal |
| muzikant | Erik van Lier |
| muzikant | Herman Schoonderwalt |
| muzikant | Piet Noordijk |
| muzikant | Theo Loevendie |
| muzikant | Tinus Bruijn |
| muzikant | Harry Verbeke |
| muzikant | Toon van Vliet |
| muzikant | Joop Mastenbroek |
| muzikant | Cees Slinger |
| muzikant | Jacques Schols |
| muzikant | Dick van der Capellen |
| muzikant | John Engels |
| muzikant | Nelly Frijda |
| muzikant | Leo Gerritsen |
| muzikant | Chris Hinze |
| muzikant | Willem Breuker |
| producer | John J. Vis |
| Bijzonderheden | Opgenomen in Amsterdam, 7-8 september 1966; in 1999 is deze LP samen met Now's The Time! op CD heruitgebracht (BVHaast 9901) |
Er is nog geen audio- of videomateriaal aanwezig.
Zelf audio of video toevoegen
1938
Kid Dynamite
1951
Ado Broodboom
1962
Cees Slinger
1962
Chris Hinze
1963
John Engels
1968
Willem Van Manen
1973
Arnold Dooyeweerd
1990
Dutch Swing College Band